PTA’s

Toelichting programma van Toetsing en Afsluiting Leerjaar 4 – schooljaar 2018-2019

(wijzigingen uitsluitend na overleg en met goedkeuring van de schoolleiding)

Hieronder treft u het schoolexamenreglement aan, dat een aanvulling is op het eindexamenreglement van BOOR. Dit reglement is op de site te lezen.  Het vakspecifieke deel van het PTA staat eveneens op de site.

Dyslectische leerlingen
Dyslectische leerlingen  – met een officiële dyslexieverklaring – hebben recht op extra tijd bij proefwerken , schoolexamens en het centraal examen.

Eindexamen
De klassieke talen, Nederlands, Engels en de profielvakken (of extra vakken) worden geëxamineerd door middel van zowel een schoolexamen als een centraal examen. Maatschappijleer, Chinees en wiskunde D  kennen alleen een schoolexamen. Vanaf de vierde klas worden (onderdelen van) schoolexamens afgenomen. De beoordeling van alle vakken, ook van de vakken die vóór het einde van de zesde klas zijn afgesloten, wordt opgenomen op de eindlijst van de leerling. Voor het vak lichamelijke opvoeding krijgt de leerling een beoordeling goed of voldoende.

Schoolexamentoetsen
Het vak maatschappijleer wordt in het vierde leerjaar afgesloten. De resultaten tellen mee voor de overgang en blijven vervolgens staan voor het eindexamen. Ook wordt er in de vierde klas een aantal praktische opdrachten gegeven dat voor het examen meetelt.

Het combinatiecijfer
Het vak maatschappijleer wordt in het vierde leerjaar afgesloten. De cijfers voor maatschappijleer en het profielwerkstuk (leerjaar 6) vormen het combinatiecijfer. Dit cijfer wordt berekend door het gemiddelde te bepalen van de afgeronde cijfers. Echter geen van deze cijfers mag een 3 of lager zijn.

Afwezigheid tijdens toetsen
Examentoetsen zijn geen gewone toetsen. Dit houdt in dat deze toetsen niet “zomaar” ingehaald kunnen worden. Indien een leerling een examentoets niet kan maken wegens ziekte, moet dit voorafgaand aan de toets bij de schoolleiding bekend zijn. De ziekmelding dient altijd schriftelijk en binnen een week bevestigd te worden. Indien een schoolexamen niet is gemaakt vanwege een geldige reden, wordt dit ingehaald tijdens de daarvoor bestemde week aan het eind van het schooljaar. Dit inhalen gaat niet ten koste van een herkansing. Ingehaalde toetsen kunnen in principe niet worden herkanst. Indien er zonder geldige reden een schoolexamentoets niet is gemaakt, wordt – conform het BOOR- reglement – het cijfer 1 gegeven. De kandidaat mag uiteraard zelf beslissen dit werk – ten koste van een herkansing – alsnog te maken. Indien er sprake is van een proefwerk, is de procedure van het ziekmelden hetzelfde. Een gemist proefwerk moet zo snel mogelijk ingehaald worden. De leerling neemt hiertoe contact op met de vakdocent. Indien de leerling zonder geldige reden een proefwerk heeft gemist, wordt het cijfer 1 gegeven. Dit proefwerk kan niet worden ingehaald.

Hulpmiddelen
Indien hulpmiddelen bij een examen toegestaan zijn, bijvoorbeeld Binas, woordenboeken e.d., mag aan de inhoud hiervan niets zijn toegevoegd. Indien bij controle blijkt dat dit wel het geval is, is er sprake van onregelmatigheid. Voor sancties zie examenreglement artikel 5. Bij de examens wiskunde dient de grafische rekenmachine in de examenstand te staan.

Profielwijziging leerjaar 4
Normaal gesproken zijn profielwijzigingen in leerjaar 4 nog mogelijk tot het moment waarop de cijfers van periode 1 bekend zijn. De leerling dient er zelf voor te zorgen dat de ontstane achterstanden worden weggewerkt. Hierbij krijgt hij zoveel mogelijk hulp van de vakdocent.

Leerlingen in de vierde die wiskunde A hebben maar B willen doen
I. De leerling blijft gewoon wiskunde A doen in een A-cluster.
II. Voor eigen rekening (zelf boeken kopen) en in eigen tijd mag hij/zij wiskunde B doen.
III. Hij/zij mag het SE van wiskunde B maken aan het eind van blok 2.
IV. Als daarvoor een 7,0 is gehaald en ook voor wiskunde A (voor de tot dan toe gemaakte toetsen) gemiddeld een voldoende is gehaald, is een overgang naar wiskunde B toelaatbaar.
V. Als er geen ruimte is in een B-cluster, kan het voorkomen dat hij/zij in de derde periode in het A-cluster blijft zitten.
VI. Zittenblijvers in klas 4 mogen in een A- én B-cluster plaatsnemen en de boeken van zowel A als B bestellen. Ook bij hen wordt na het SE aan het eind van blok 2 een beslissing genomen. VII. Voor de voorwaarden: zie IV.

Overstap Wiskunde B naar Wiskunde A in klas 4
Leerlingen die voor de meivakantie de overstap maken van Wiskunde B naar wiskunde A moeten het schoolexamen wiskunde A (SE1) inhalen in de eerste week van juni. Het maken van dit SE geldt niet als herkansing maar als inhalen. Dit cijfer vervangt het cijfer wiskunde B uit periode 2. De andere cijfers Wiskunde B blijven staan en tellen mee bij de bevordering naar leerjaar 5. Leerlingen die regulier bevorderd zijn naar leerjaar 5, maar het advies hebben gekregen verder te gaan met Wiskunde A mogen in september van het nieuwe schooljaar het SE Wiskunde A klas 4 (SE1) alsnog maken. Zij krijgen dan materiaal mee in de grote vakantie.

Herkansing
Iedere leerling mag twee herkansingen aanvragen voor schoolexamentoetsen, ongeacht het behaalde resultaat. Practica en praktische opdrachten zijn in principe niet herkansbaar (zie PTA). Herkansingen vinden direct na de laatste toetsweek plaats. Niet gebruikte herkansingen kunnen niet worden meegenomen naar een volgend leerjaar.

Doublanten
Het eindresultaat van maatschappijleer mag blijven staan. Alle andere toetsen moeten opnieuw gemaakt worden. Als een leerling het eindcijfer van maatschappijleer wil verbeteren, moeten alle SE’s overgedaan worden.

Bevorderingsnormen
Een leerling kan bevorderd worden van leerjaar 4 naar leerjaar 5 met één onvoldoende (3, 4 of 5) of met twee onvoldoendes (5-5, 5-4). Bij de cijfercombinatie 5-3, 4-4, 5-5-5, 3-4, 5-5-4, 5-5-3, 5-4-4 is de leerling een bespreekgeval. In de profielen N&G en N&T is de cijfercombinatie 5-5-5-5 ook bespreekbaar. De leerling moet voor de gekozen klassieke taal in het algemene deel ten minste een 5 (afgerond rapportcijfer) behalen. Indien dit laatste niet het geval is, krijgt de leerling een verplicht extra uur in leerjaar 5.

Rekentoets
De leerlingen maken de rekentoets in leerjaar 5. Deze rekentoets kent alleen een centraal deel.

Slagen (2019 – 2020)
Een leerling is geslaagd als aan de volgende 3 eisen is voldaan.

1. – alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of
– 1×5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
– 1×4, 2×5 of 1×5 en 1×4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6,0 is.

2. het gemiddelde van het centraal examen (CE) minimaal 5,5 is

3. voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde één 5 en verder alles hoger of alles 6 of hoger behaald is.

4. de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer zijn niet een 3 of lager.

N.B. Het cijfer voor de rekentoets telt niet mee, maar staat wel op de cijferlijst.

Het eindcijfer is het gemiddelde van het SE (met een decimaal) en het CE cijfer (met een decimaal). Dit eindcijfer wordt afgerond naar een geheel getal.
vb. SE 5,5 / CE 5,5 = 5,5 = 6
vb .SE 5,5 / CE 5,4 = 5,45 = 5

Cum laude
Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

1. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, en de vakken van het profieldeel, en het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld. (De rekentoets blijft buiten beschouwing.)

2. ten minste het eindcijfer 7 voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling.

Toelichting programma van Toetsing en Afsluiting Leerjaar 5 – schooljaar 2018-2019

(wijzigingen uitsluitend na overleg en met goedkeuring van de schoolleiding)

Hieronder treft u het schoolexamenreglement aan dat een aanvulling is op het eindexamenreglement van BOOR. Dit reglement is op de site te lezen. Het vakspecifieke deel van het PTA staat eveneens op de site.

Dyslectische leerlingen
Dyslectische leerlingen – met een officiële dyslexieverklaring – hebben recht op extra tijd bij proefwerken, schoolexamens en het centraal examen.

Eindexamen
De klassieke talen, Nederlands, Engels en de profielvakken (of extra vakken) worden geëxamineerd door middel van zowel een schoolexamen als een centraal examen. Maatschappijleer, Chinees en wiskunde D kennen alleen een schoolexamen. Vanaf de vierde klas worden (onderdelen van) schoolexamens afgenomen. De beoordeling van alle vakken, ook van de vakken die vóór het einde van de zesde klas zijn afgesloten, wordt opgenomen op de eindlijst van de leerling. Voor het vak lichamelijke opvoeding krijgt de leerling een beoordeling goed of voldoende.

Het combinatiecijfer
Het vak maatschappijleer wordt in het vierde leerjaar afgesloten. De cijfers voor maatschappijleer (leerjaar 4) en het profielwerkstuk (leerjaar 6) vormen het combinatiecijfer. Dit cijfer wordt berekend door het gemiddelde te bepalen van de afgeronde cijfers. Echter, geen van deze cijfers mag een 3 of lager zijn.

Afwezigheid tijdens toetsen
Examentoetsen zijn geen gewone toetsen. Dit houdt in dat deze toetsen niet “zomaar” ingehaald kunnen worden. Indien een leerling een examentoets niet kan maken wegens ziekte, moet dit voorafgaand aan de toets bij de schoolleiding bekend zijn. De ziekmelding dient altijd schriftelijk en binnen een week bevestigd te worden. Indien een schoolexamen niet is gemaakt vanwege een geldige reden, wordt dit ingehaald tijdens het daarvoor bestemde moment aan het eind van de desbetreffende periode. Dit inhalen gaat niet ten koste van een herkansing. Ingehaalde toetsen kunnen in principe niet worden herkanst. Indien er zonder geldige reden een schoolexamentoets niet is gemaakt, wordt – conform het BOOR-reglement – het cijfer 1 gegeven. De kandidaat mag uiteraard zelf beslissen dit werk – ten koste van een herkansing – alsnog te maken. Indien er sprake is van een proefwerk, is de procedure van het ziekmelden hetzelfde. Een gemist proefwerk moet zo snel mogelijk ingehaald worden. De leerling neemt hiertoe contact op met de vakdocent. Indien de leerling zonder geldige reden een proefwerk heeft gemist, wordt het cijfer 1 gegeven. Dit cijfer kan niet worden herkanst.

Hulpmiddelen
Indien hulpmiddelen bij een examen toegestaan zijn, bijvoorbeeld Binas, woordenboeken e.d., mag aan de inhoud hiervan niets zijn toegevoegd. Indien bij controle blijkt dat dit wel het geval is, is er sprake van onregelmatigheid. Voor sancties zie examenreglement artikel 5. Bij de examens wiskunde dient de grafische rekenmachine in de examenstand te staan.

Overstappen van wiskunde B naar A in de eerste of tweede periode van klas 5
1. De leerling stapt over naar een cluster wiskunde A.
2. De leerling stelt in samenspraak met de docent wiskunde A een planning op om de achterstanden in te halen. Docent en leerling bespreken welke so’s wel en welke niet van de eerste periode worden gemaakt.
3. Het maken van het SE2 over de eerste periode geldt niet als herkansing maar als inhalen. Het telt dus niet mee voor het aantal te maken herkansingen.
4. De leerlingen maken net als de andere A-leerlingen SE3 aan het eind van de derde periode.

Overstappen van wiskunde B naar A in de derde periode van klas 5
1. De leerling neemt zo snel mogelijk contact op met Bw.
Bw geeft materiaal uit de eerste twee boeken van wiskunde A.
2. De leerling maakt na de meivakantie, maar voor aanvang van de derde toetsweek drie toetsen:
• een toets van 45 minuten over de hoofdstukken 2;
• een toets van 45 minuten over de hoofdstukken 5 en 7:
• een toets van 45 minuten over hoofdstuk K, paragraaf 1 t/m 4.
Deze drie toetsen bepalen het cijfer van periode 3.
3. In de toetsweek maakt de leerling het SE over periode 1 in de vijfde klas. Dit SE gaat over de hoofdstukken 5 t/m 7 + K. Dit cijfer bepaalt het cijfer voor periode 1.
4. Voor de bepaling van het eindcijfer wiskunde A in de vijfde telt de tweede periode niet mee.
5. Het SE dat de leerling gemaakt heeft in de vierde klas voor wiskunde B telt mee als SE-cijfer voor wiskunde A.
6. In de zesde klas wordt vóór de herfstvakantie het SE over hf 8 t/m 11 gemaakt.
7. Bw is verantwoordelijk voor de toetsen, de becijfering en de invoering van de cijfers in Magister.

Overstappen van wiskunde B naar A na de derde periode in klas 5
1. De leerling neemt voor aanvang van de zomervakantie contact op met Bw. Bw geeft materiaal uit de eerste twee boeken van wiskunde A.
2. Het SE dat de leerling gemaakt heeft in de vierde klas voor wiskunde B telt mee als SE1-cijfer voor wiskunde A.
3. De leerling maakt na de zomervakantie, in september het SE over periode 1 in de vijfde klas (SE2). Dit SE gaat over de hoofdstukken 5, 6, 7 en K.
4. In oktober maakt de leerling SE3 over hf 8 t/m 11.
5. SE4 en SE5 worden gelijktijdig gemaakt met de overige A-leerlingen.
6. De lesgevende docent wiskunde A is verantwoordelijk voor de becijfering van SE2, SE3, SE4 en SE5.

Herkansing
Iedere leerling heeft recht op drie herkansingen. Aan het einde van elke periode kunnen SE’s uit de betreffende periode herkanst worden. Practica en praktische opdrachten zijn, tenzij anders vermeld, niet herkansbaar (zie PTA). Niet gebruikte herkansingen kunnen niet meegenomen worden naar het volgende leerjaar.

Bevorderingsnormen
Om bevorderd te worden van leerjaar 5 naar leerjaar 6, sluiten we aan bij de slaag-/zakregeling. Indien een leerling zou slagen volgens de slaag/zakregeling, is hij over. Indien hij een of twee punten te weinig heeft, komt hij in de bespreekzone en neemt de docentenvergadering een besluit. De leerling die voor de klassieke taal in het algemene gedeelte een 5 of lager heeft op zijn eindrapport, volgt verplicht in leerjaar 6 een extra uur voor de klassieke taal.

Rekentoets
De leerlingen maken de rekentoets in leerjaar 5. Deze rekentoets kent alleen een centraal deel. De kandidaat heeft wat betreft de rekentoets recht op drie herkansingen. De afnameperiodes zijn in maart en juni leerjaar 5 en in januari en maart leerjaar 6. Elke leerling doet verplicht mee aan de rekentoets in maart leerjaar 5; herkansing vindt plaats in juni leerjaar 5. Een eventuele 2e of 3e herkansing kan gebruikt worden in leerjaar 6 op voorwaarde dat de leerling de rekentoets herkanst heeft in leerjaar 5.

Slagen (2018 – 2019)
Een leerling is geslaagd als aan de volgende 3 eisen is voldaan.

1. – alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of
– 1×5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
– 1×4, 2×5 of 1×5 en 1×4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6,0 is.

2. het gemiddelde van het centraal examen (CE) minimaal 5,5 is

3. voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde één 5 en verder alles hoger of alles 6 of hoger behaald is.

4. de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer zijn niet een 3 of lager.

N.B. Het cijfer voor de rekentoets telt niet mee, maar staat wel op de cijferlijst.

Het eindcijfer is het gemiddelde van het SE (met een decimaal) en het CE cijfer (met een decimaal). Dit eindcijfer wordt afgerond naar een geheel getal.
vb. SE 5,5 / CE 5,5 = 5,5 = 6
vb .SE 5,5 / CE 5,4 = 5,45 = 5

Cum laude
Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

1. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, en de vakken van het profieldeel, en het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld. (De rekentoets blijft buiten beschouwing.)

2. ten minste het eindcijfer 7 voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling.

Toelichting programma van Toetsing en Afsluiting Leerjaar 6, schooljaar 2018-2019

(wijzigingen uitsluitend na overleg en met goedkeuring van de schoolleiding)

Hieronder treft u het schoolexamenreglement aan dat een aanvulling is op het eindexamenreglement van BOOR. Dit reglement is op de site te lezen. Het vakspecifieke deel van het PTA staat eveneens op de site.

Dyslectische leerlingen
Dyslectische leerlingen – met een officiële dyslexieverklaring – hebben recht op extra tijd bij schoolexamens en het centraal examen

Eindexamen
De klassieke talen, Nederlands, Engels en de profielvakken (of extra vakken) worden geëxamineerd door middel van zowel een schoolexamen als een centraal examen. Maatschappijleer, Chinees en wiskunde D en kennen alleen een schoolexamen.  Vanaf de vierde klas worden (onderdelen van) schoolexamens afgenomen. De beoordeling van alle vakken, ook van de vakken die vóór het einde van de zesde klas zijn afgesloten, wordt opgenomen op de eindlijst van de leerling. Voor het vak lichamelijke opvoeding krijgt de leerling een beoordeling goed of voldoende.

Het combinatiecijfer
Het vak maatschappijleer wordt in het vierde leerjaar afgesloten, De cijfers voor maatschappijleer (leerjaar 4) en het profielwerkstuk (leerjaar 6) vormen het combinatiecijfer. Dit cijfer wordt berekend door het gemiddelde te bepalen van de afgeronde cijfers. Echter, geen van deze cijfers mag een 3 of lager zijn.

Afwezigheid tijdens toetsen
Examentoetsen zijn geen gewone toetsen. Dit houdt in dat deze toetsen niet “zomaar” ingehaald kunnen worden. Indien een leerling een examentoets niet kan maken wegens ziekte, moet dit voorafgaand aan de toets bij de schoolleiding bekend zijn. De ziekmelding dient altijd schriftelijk en binnen een week bevestigd te worden. Indien een schoolexamen niet is gemaakt vanwege een geldige reden, wordt dit ingehaald op het daarvoor bestemde moment. Dit inhalen gaat niet ten koste van een herkansing. Ingehaalde toetsen kunnen in principe niet worden herkanst. Indien er zonder geldige reden een schoolexamentoets niet is gemaakt, wordt – conform het BOOR-reglement – het cijfer 1 gegeven. De kandidaat mag uiteraard zelf beslissen dit werk – ten koste van een herkansing – alsnog te maken.

Handelingsdeel
Voor aan aantal vakken moet nog voldaan worden aan een handelingsdeel, bijvoorbeeld het maken van een luisteropdracht, het inleveren van een boekverslag of het maken van een verslag van een toneelstuk etc. Hiervoor worden geen cijfers gegeven. De opdrachten moeten naar behoren worden uitgevoerd. Dit alles moet, tenzij anders vermeld, uiterlijk 1 maart afgerond zijn. Indien niet aan deze voorwaarden of aan de eisen vermeld in het PTA is voldaan, gaat dit ten koste van één of meer herkansingen. Overigens dient de leerling dan alsnog te voldoen aan de eisen van het handelingsdeel.

Herkansing
De leerlingen mogen drie herkansingen aanvragen voor schoolexamentoetsen, ongeacht het behaalde resultaat. Practica en praktische opdrachten zijn, tenzij anders vermeld, niet herkansbaar (zie PTA). Herkansingen vinden direct na de toetsweek van periode 1 en na de toetsweek van periode 2 plaats. Na periode 2 kunnen geen toetsen uit periode 1 gemaakt worden.

Profielwerkstuk
Het profielwerkstuk moet 3 december 2018 ingeleverd zijn. Wanneer de leerling hier niet op tijd aan voldoet, kost dit een herkansing. Eindbespreking profielwerkstuk is uiterlijk 30 januari 2019. Het cijfer van het profielwerkstuk maakt deel uit van het combinatiecijfer.

Het combinatiecijfer
Het vak maatschappijleer wordt in het vierde leerjaar afgesloten, De cijfers voor maatschappijleer (leerjaar 4) en het profielwerkstuk (leerjaar 6) vormen een combinatiecijfer.  Dit cijfer wordt berekend door het gemiddelde te bepalen van de afgeronde cijfers. Echter geen van deze cijfers mag een 3 of lager zijn.

Hulpmiddelen 
Indien hulpmiddelen bij een examen toegestaan zijn, bijvoorbeeld Binas, woordenboeken e.d., mag aan de inhoud hiervan niets zijn toegevoegd. Indien bij controle blijkt dat dit wel het geval is, is er sprake van onregelmatigheid. Voor sancties zie examenreglement artikel 5. Bij de examens wiskunde dient de grafische rekenmachine in de examenstand te staan.

Overstappen van B naar A in klas 6
De overstappers moeten de A-stof uit de vierde en vijfde klas inhalen. Concreet: Ze moeten een schoolexamen maken over hf 2, 4, 7, 9 & 11 en dit wordt SE3 (tweede SE uit de vijfde). Ze mogen in principe uiterlijk in december overstappen van wiskunde B naar A.

Rekentoets
De leerlingen moeten een rekentoets in leerjaar 5 maken. Deze rekentoets kent alleen  een centraal deel. De kandidaat heeft wat betreft de rekentoets recht op drie herkansingen. De afnameperiodes zijn in maart en juni leerjaar 5 en in januari en maart leerjaar 6. Elke leerling doet verplicht mee aan de rekentoets in maart leerjaar 5; herkansing vindt plaats in juni leerjaar 5. Een eventuele 2e of 3e herkansing vindt plaats in leerjaar 6.

Slagen
Een leerling is geslaagd als aan de volgende 3 eisen is voldaan.

1. – alle eindcijfers zijn 6 of hoger, of
– 1×5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
– 1×4, 2×5 of 1×5 en 1×4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6,0 is.

2. het gemiddelde van het centraal examen (CE) is minimaal 5,5

3. voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde is één 5 en verder alles hoger of alles 6 of hoger behaald.

4. de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer zijn niet een 3 of lager.

N.B. Het cijfer voor de rekentoets telt niet mee, maar staat wel op de cijferlijst.

Het eindcijfer is het gemiddelde van het SE (met een decimaal) en het CE cijfer (met een decimaal). Dit eindcijfer wordt afgerond naar een geheel getal.
vb. SE 5,5 / CE 5,5 = 5,5 = 6
vb .SE 5,5 / CE 5,4 = 5,45 = 5

Cum laude
Een kandidaat is geslaagd voor het eindexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien zijn examen voldoet aan de volgende voorschriften:

1. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, en de vakken van het profieldeel, en het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld. (De rekentoets blijft buiten beschouwing.)

2. ten minste het eindcijfer 7 voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling.